Zo gebruik je het
Typ het laagste en het hoogste totaal dat je wilt in de twee vakken boven de dobbelstenen. De tool rekent uit welke dobbelstenen je nodig hebt, zet ze met de modifier in de dobbelsteenkiezer en toont in het paneel Kansberekening de kans op elk totaal. Druk op Gooien, tik op de tafel of druk op R om ze te gooien. Dezelfde twee vakken staan als “Getallenbereik” bij Eigen worp op elke andere dobbelsteenpagina van deze site.
Zo worden de dobbelstenen gekozen
Een dobbelsteen telt minstens 1 en hoogstens zijn aantal zijden bij het totaal op, dus elke dobbelsteen maakt het bereik breder met zijn aantal zijden min één: een d6 met 5, een d20 met 19, een d100 met 99. Om een bereik te dekken zoekt de tool dobbelstenen waarvan de breedtes samen het verschil tussen je twee getallen vormen, en telt er dan een modifier bij op of trekt die af, zodat het laagst mogelijke totaal precies op je ondergrens uitkomt.
Neem 1 tot 50. Het verschil is 49, en 19 + 19 + 11 = 49, dus twee d20’s en een d12 passen. Op zichzelf gooien ze 3 tot 52; haal je er 2 af, dan is het precies
1 tot 50, oftewel 1d12+2d20-2. De tool gebruikt altijd zo min mogelijk dobbelstenen die passen, en daarna zo min mogelijk verschillende soorten,
dus 2 tot 12 wordt het vertrouwde 2d6 en niet een d4 en een d8.
| Bereik | Dobbelstenen | Kans op het laagste totaal |
|---|---|---|
| 1–6 | 1d6 | 1 op 6 |
| 5–10 | 1d6+4 | 1 op 6 |
| 2–12 | 2d6 | 1 op 36 |
| 3–18 | 3d6 | 1 op 216 |
| 0–9 | 1d10-1 | 1 op 10 |
| 1–20 | 1d20 | 1 op 20 |
| 1–30 | 2d10+1d12-2 | 1 op 1.200 |
| 1–50 | 1d12+2d20-2 | 1 op 4.800 |
| 1–100 | 1d100 | 1 op 100 |
Waarom middelste totalen vaker voorkomen
Eén dobbelsteen is vlak: elke zijde heeft dezelfde kans. Zodra je twee of meer dobbelstenen optelt, kan een totaal in het midden op meer manieren ontstaan dan een totaal aan een van beide uiteinden. Bij 3d6 heeft een 3 drie enen nodig, één manier op 216, terwijl een 10 op 27 manieren kan, dus een 10 of een 11 is 27 keer zo waarschijnlijk als een 3 of een 18. De grafiek in het paneel Kansberekening toont de exacte curve voor jouw bereik.
Die vorm is vaak precies wat een spel wil: gewone uitkomsten vaak, extreme zelden. Als een bereik maar één dobbelsteen nodig heeft (4, 6, 8, 10, 12, 20 of 100 getallen, zoals 1 tot 20 of 5 tot 10), is elk getal even waarschijnlijk.
Bereiken die echte dobbelstenen niet kunnen maken
Elke dobbelsteen maakt een bereik breder met een oneven getal van minstens 3, dus geen enkele combinatie van dobbelstenen dekt precies 2, 3 of 5 getallen. Daarvoor gebruikt de tool een platte d2, d3 of d5, die op het scherm wordt getekend in plaats van in 3D gegooid. Aan tafel kun je ze met gewone dobbelstenen nadoen:
- 2 getallen, zoals een munt: gooi een willekeurige dobbelsteen en lees oneven als 1 en even als 2.
- 3 getallen: gooi een d6 en halveer de uitkomst, naar boven afgerond, dus 1–2 is 1, 3–4 is 2 en 5–6 is 3.
- 5 getallen: gooi een d10 en halveer de uitkomst, naar boven afgerond.
Als elk getal even waarschijnlijk moet zijn
Voor een eerlijke keuze, zoals een lot bij een verloting of een willekeurige pagina, is een som van dobbelstenen het verkeerde middel, omdat de middelste getallen
te vaak winnen. Typ in plaats daarvan 1d50 in het notatievak: de tool tekent een platte dobbelsteen met 50 zijden waarop elk getal 2% kans heeft. Met echte
dobbelstenen gooi je een d100 en halveer je de uitkomst, naar boven afgerond, zodat elk getal van 1 tot 50 uit precies twee uitkomsten komt. Is 100 niet deelbaar door de
grootte van het bereik, gooi de overgebleven uitkomsten dan opnieuw: voor 1 tot 30 gooi je een d100, gooi je 91 tot 100 opnieuw en trek je van alles boven 30
er 30 of 60 af.