Dobbelsteennotatie schrijft een worp als NdS: gooi N dobbelstenen met elk S zijden en tel ze
op. 3d6 betekent drie zeszijdige dobbelstenen; 1d20+5 betekent één twintigzijdige dobbelsteen plus vijf. Deze schrijfwijze is sinds de
jaren zeventig de standaard in rollenspellen, en elk onderdeel ervan kun je gooien met de dobbelsteen hieronder.
De basis: NdS
2d6— twee zeszijdige dobbelstenen, bij elkaar opgeteld (2 tot en met 12).d20— het aantal mag je weglaten als het er één is, dus dit is hetzelfde als1d20.d%— percentieldobbelstenen, hetzelfde als1d100: een tientallen- en een eenhedendobbelsteen die je samen afleest.1d7,3d30— elk aantal zijden van 2 tot en met 1.000 werkt, ook als er geen echte dobbelsteen met die vorm bestaat.
De d staat voor het Engelse die — en toevallig ook voor dobbelsteen. Hoofdletters en spaties worden genegeerd, dus 2D6 en 2 d 6 betekenen hetzelfde.
Modifiers en gemengde dobbelstenen
1d20+5— tel een vast getal op bij het totaal, één keer (niet bij elke dobbelsteen).2d6-1— trek een vast getal af.1d8+1d6+3— combineer dobbelstenen van verschillende grootte, bijvoorbeeld een wapen plus een dobbelsteen voor sneak attack plus een bonus.1d20-1d4— je kunt ook dobbelstenen aftrekken.
Houden en laten vallen
In veel spellen gooi je extra dobbelstenen en tellen alleen de beste of de slechtste mee. De letters komen uit het Engels: k van keep (houden), d van drop (laten vallen), h van highest (hoogste) en l van lowest (laagste).
| Notatie | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
khN of kN | De hoogste N dobbelstenen houden | 2d20kh1 — voordeel |
klN | De laagste N dobbelstenen houden | 2d20kl1 — nadeel |
dlN of dN | De laagste N dobbelstenen laten vallen | 4d6dl1 — eigenschapswaarde in D&D |
dhN | De hoogste N dobbelstenen laten vallen | 3d6dh1 — de laagste twee van drie |
Dus 4d6dl1 en 4d6kh3 zijn dezelfde worp, op twee manieren geschreven. Als afkorting worden adv en dis (van
advantage en disadvantage; ook d20 adv) gelezen als 2d20kh1 en 2d20kl1. Dobbelstenen die afvallen blijven op de
tafel en in de uitkomsten staan, doorgestreept, zodat je ziet wat er is weggelaten.
Voorbeelden om te gooien
| Notatie | Wat je gooit | Bereik | Gemiddelde |
|---|---|---|---|
| 1d20+5 | Een aanval of eigenschapsworp met d20 en +5 | 6–25 | 15,5 |
| 2d6 | Het paar uit bordspellen; schade van een slagzwaard | 2–12 | 7 |
| 3d6 | Klassieke eigenschapswaarde; een klokcurve | 3–18 | 10,5 |
| 4d6dl1 | Vier d6’s, laagste valt af | 3–18 | 12,24 |
| 2d20kh1 | Voordeel | 1–20 | 13,83 |
| 8d6 | Fireball | 8–48 | 28 |
| 1d8+1d6+3 | Rapier met sneak attack en +3 | 5–17 | 11 |
| d% | Percentiel | 1–100 | 50,5 |
Zo spreek je het uit
Spelers noemen meestal de getallen en de letter: “twee dee zes” voor 2d6, “dee twintig” voor d20, “dee procent” of “dee honderd” voor d%. Een modifier spreek je uit als “plus” of “min”: “een dee acht plus drie”. Veel spelers zeggen het ook gewoon in het Engels, zoals “dee twenty”.
Nog niet ondersteund
Sommige spellen gebruiken extra symbolen die deze tool niet leest: exploderende dobbelstenen (!), opnieuw gooien (r) en successen tellen
tegen een doelgetal (>). Voor succespools gooi je de dobbelstenen hier en tel je in de uitkomsten de zijden die je doelgetal halen.